De digitale mens als verdienmodel
Hacking onder noemer IT-storing, om het zachter te maken
Hacking onder noemer IT-storing, om het zachter te maken.
Albert Heijn en Delhaize, Odido, Ace & Tate. En nu staat ook Deloitte in de schijnwerpers. Daarnaast worden onder meer KFC en MoneyGram genoemd op een ransomware-leksite. Niet al deze incidenten zijn hetzelfde en niet iedere claim is bevestigd. Maar samen leggen ze wel een ontwikkeling bloot die we niet zomaar naast ons neer kunnen leggen.
Bij Ahold Delhaize worden systemen uit voorzorg offline gehaald na een cyberincident. Met direct zichtbare gevolgen in winkels van het concern. Bij Odido zijn persoonsgegevens van miljoenen mensen buitgemaakt. Via logistiek dienstverlener CEVA zijn gegevens van klanten van Ace & Tate ingezien en gekopieerd. En bij Deloitte heeft een ransomwaregroep beweerd toegang te hebben gekregen; vooralsnog is die claim niet onafhankelijk bevestigd.
Wat deze zaken met elkaar gemeen hebben, is niet alleen de kwetsbaarheid van digitale systemen. Het is vooral de waarde van de informatie die daarin wordt bewaard.
-------------
De mens is niet langer beschermd gebruiker van de digitale wereld, de mens is zelf een handelswaar geworden. Een digitale wereld welk niet uitsluitend bestaat in het visuele -kijken- systeem. Het is sterk verbonden via het auditieve -luisteren- systeem. Zoveel is wel duidelijk als je iets dieper in de materie kijkt. “He Siri, he google” hoe diep is dit al geworteld in de samenleving, zonder hier over na te denken? Soundbare, mobiele telefoon, handsfree bellen in auto’s, werkelijk overal waar een microfoon is gemonteerd is hieraan onderhevig.
Elke zoekopdracht, klik, locatiebepaling, aankoop en interactie levert gegevens die commercieel waardevol zijn. Die gegevens vertellen bedrijven, en overheden, iets over onze voorkeuren, gewoonten, interesses, maar ook onze kwetsbaarheden. Ze kunnen worden gebruikt om gedrag te voorspellen, gerichte advertenties plaatsen. Ons denken beïnvloeden, keuzes omtrent doen en laten sturen.
De digitale economie handelt daarmee niet alleen in producten en diensten. Ze verdient ook aan de informatie die mensen, vaak zonder volledig besef van de gevolgen, over zichzelf achterlaten.
Digitale gegevenshandel is niet automatisch mensenhandel in juridische zin. Maar het vraagstuk naar menselijke waardigheid, vrijheid en zeggenschap is wel degelijk aan de orde.
De digitale mens als verdienmodel We noemen het digitalisering, vooruitgang, gemak. Maar achter het digitaal gemak groeit een economie waarin onze persoonlijke levens steeds meer economische waarde begint te vertegenwoordigen.
Wie jouw digitale sporen bezit, krijgt inzicht in jouw gedrag. Wie jouw gedrag kan voorspellen, krijgt mogelijkheden om jouw keuzes te beïnvloeden. En wie die invloed commercieel kan benutten, beschikt over macht. Niet digitalisering of de technologie op zichzelf is het probleem, maar de machtsverhouding die erachter ontstaat.
Wanneer wordt digitalisering, digitale dienstverlening, exploitatie? Wanneer verandert gemak in afhankelijkheid? En hoeveel vrijheid blijft er over wanneer deelname aan de samenleving vrijwel onvermijdelijk digitale gegevensuitwisseling vereist? Vanuit een overheid, zorgverlener. Zelfs iets, -hoegenaamd simpels, als televisie kijken, streamingdienst, E-mail verkeer, digitalisering van een gemeenschap vereist.
Zei die onze gegevens verzamelt, is die eraan verdient. En wie digitale spelregels bepaalt kan, -gaat, sturing geven op gedrag en keuzes die gemaakt gaan, -moeten, worden in een toekomstige samenleving. En wie die gevolgen draagt: de mensheid van NU en nabije toekomst.
Digitalisering zou de mens moeten dienen. Niet de mens tot grondstof van de digitale economie moeten maken. Een vraagstuk van menselijke waardigheid, privacy, macht en verantwoordelijkheid. Hier hoort een overheid, gekozen vertegenwoordigers, het publieke debat over digitalisering te beginnen.
Slavernij: van mensenhandel naar de handel in de mens Vroeger werd de mens, -man, vrouw, zelfs kinderen, daadwerkelijk lijfelijk verhandeld. Op een markt, tentoongesteld en verkocht aan de hoogste bieder. Lichaam, arbeid, seksualiteit, vrijheid: het werd eigendom van een ander. Mensonterende praktijken die de mens reduceerde tot, handelswaar, een gebruiksvoorwerp.
Door inzichten verkregen zijn deze praktijken niet meer van deze dag. Maar vandaag de dag is de vorm veranderd. We worden niet meer publiekelijk op een markt te koop gezet, maar onze marktwaarde, -gegevens, bewegen zich nu door een digitale handelswereld. Elke klik, zoekopdracht, aankoop en digitale beweging kan, en zal, waarde gaan vertegenwoordigen. Onze voorkeuren worden vastgelegd, ons gedrag wordt geanalyseerd en onze aandacht wordt verkocht.
Vroeger werd de mens zelf verkocht. Nu worden onze gegevens over de hele wereld verhandeld. Het verschil is wezenlijk. Maar de vraag verdient onze aandacht: wie heeft zeggenschap over wat van ons is? Wie verdient aan wat wij prijsgeven? En hoeveel vrijheid hebben we nog wanneer deelname aan de moderne samenleving steeds meer afhankelijk wordt van digitale systemen? En het meest belangrijke: wanneer is iets echt veilig, of is dit slechts een utopisch denken?
De moderne mens is formeel vrij. Maar vrijheid betekent meer dan niet geketend zijn, verhandeld te worden op een of andere schimmige markt. Het betekent ook dat je begrijpt wat er met jouw gegevens gebeurt, dat je zelf keuzes kunt maken en dat je niet ongemerkt tot verdien of studiemodel wordt gemaakt.
Digitalisering is niet per definitie uitbuiting. Technologie kan de mens juist veel brengen. Maar wanneer economische en beheersing belangen zwaarder gaan wegen dan menselijke waardigheid, ontstaat een grens die we opnieuw moeten leren herkennen en verkennen.
Fundamentele zorgen over eigenaarschap, vrijheid en menselijke waardigheid. Onze ketenen zijn niet altijd zichtbaar. Soms zijn ze digitaal… Tot het zwijgen ons is opgelegd. We merken pas dat we iets hebben afgestaan wanneer we ons gaan afvragen of dat wij horen, zien en spelen, nog wel echt van ons is. - Visiewijszer
Papieren tijger van privacy- wetgeving De privacywetgeving is er om de burger te beschermen tegen misbruik van zijn persoonsgegevens. Maar wat betekent die bescherming nog wanneer de digitale economie op grote schaal gegevens verzamelt, analyseert, commercieel benut, verhandeld?
Een recht dat op papier bestaat, maar in de praktijk nauwelijks hanteerbaar is, verliest zijn beschermende kracht. De burger moet privacyverklaringen lezen die nauwelijks te doorgronden zijn, toestemming geven om toegang te krijgen tot diensten en zelf proberen te achterhalen wie zijn gegevens verzamelt, met wie die worden gedeeld en wat ermee gebeurt. Ondertussen beschikken organisaties over juridische kennis, technische middelen en een economische macht waartegen een individu moeilijk, tot niet meer kan opboksen.
Zo ontstaat een scheve verhouding: de burger draagt de verantwoordelijkheid om zijn privacy te bewaken, terwijl de organisaties die zijn gegevens verwerken vaak de middelen en de kennis hebben om de schimmige spelregels te bepalen.
De Autoriteit Persoonsgegevens ontving in 2025 ruim 13.500 klachten en tips over mogelijke privacyschendingen, 75 procent meer dan in 2024. Deze cijfers geven reden tot zorg. Dat bewijst niet dat de wet machteloos is, maar laat wel zien hoe groot de uitvoeringsopgave is. De wet is er. De vraag is of de bescherming de burger ook daadwerkelijk bereikt. Voor de volle 100% kan beschermen.
Privacybescherming vraagt meer dan wetten en regels op papier. Ze vraagt om toezicht dat kan ingrijpen, handhaving die gevolgen heeft en een digitale samenleving waarin de mens niet voortdurend zelf hoeft te vechten voor het recht op privacy. Maar wie kan en gaat dit garanderen wanneer de handel in persoonsgegevens sneller groeit dan de bescherming van de burger. Een overheid nagenoemd machteloos staat tegenover grootere belangen, machtigere machten, dan die haar zelf dienend zijn? Geld nog middelen ter beschikking heeft.
Deze verhouding tussen mens, macht, technologie en economie, privacy is daarin niet het eindonderwerp, maar een symptoom van een grotere maatschappelijke verschuiving, van macht, heersen, en beheersen.
De mens heeft digitale- technologie ontwikkeld om zijn leven te veranderen, te verbeteren. Maar wat nu gebeurt is dat digitale- technologie de mens steeds meer vormt naar de belangen van het systeem.
Van mensenhandel naar handel in gegevens Wie verdient er aan onze digitale identiteit? Wie waakt er over de waarde van de mens zelf?
Vroeger werd de mens daadwerkelijk lijfelijk verhandeld, tentoongesteld, verkocht aan de hoogste bieder. Zijn arbeid en vrijheid werden tot handelswaar gemaakt. De mens was niet langer iemand met een eigen wil, maar bezit van een ander. Mensonterende praktijken waarin menselijke waardigheid ondergeschikt werd gemaakt aan economisch gewin.
Vandaag leven we in een tijd waarin mensenhandel, slavernij sterk wordt afgekeurd. Maar slavernij en mensenhandel bestaan helaas nog steeds. In onze digitale samenleving heeft zich een nieuwe vorm van economische benutting ontwikkeld. We worden niet meer op een markt gezet. We dragen zelf bij aan een digitale markt waarin we opnieuw gereduceerd worden tot een verdienmodel, gegevens over ons leven waarde vertegenwoordigen.
Verhandeling van gegevens waaraan wij zelf debet hebben We gebruiken dagelijks gedwongen, ongedwongen, digitale diensten. Werken in een digitale omgeving, zoeken informatie, versturen berichten, doen aankopen, bekijken filmpjes en navigeren door onze omgeving. Het is gemakkelijk, snel en vaak bijzonder nuttig. De digitale- technologie heeft ons mogelijkheden gegeven die enkele decennia geleden nauwelijks voorstelbaar waren.
Maar iedere digitale handeling kan ook informatie opleveren. Een zoekopdracht vertelt iets over onze belangstelling. Een aankoop kan iets zeggen over onze gewoonten. Locatiegegevens laten zien waar we komen, zelfs met wie. Onze interacties geven inzicht in wat ons bezighoudt, waar we gevoelig voor zijn en welke keuzes we mogelijk zullen maken. Afzonderlijk lijken zulke gegevens misschien onschuldig. In samenhang ontstaat echter een veel gedetailleerder beeld van een mens, gedrag, gewoonten.
Het is belangrijk te begrijpen dat gegevenshandel niet uitsluitend draait om het verkopen van namen, adressen of e-mailbestanden. Bedrijven kunnen gegevens uit verschillende bronnen combineren, daaruit profielen afleiden en die profielen commercieel benutten. Een marktonderzoek naar databrokers, gepubliceerd in maart 2026 binnen het expertprogramma van het Europees Comité voor gegevensbescherming, beschrijft en bevestigt deze markt, en de bijbehorende risico's.
Het is niet zo dat iedere onderneming onze gegevens verkoopt. Dat gebeurt niet overal en niet bij iedere dienst. Maar hoe functioneert een economie waarin persoonlijke informatie op grote schaal kan worden verzameld, gecombineerd en benut, terwijl betrokken personen vaak maar beperkt zicht heeft op wat er achter digitale schermen gebeurt.
De mens als onzichtbare delfstof In de traditionele economie zijn grondstoffen herkenbaar. Olie, metalen, hout en landbouwproducten worden gewonnen, verwerkt en verkocht. In de digitale economie vormt nu menselijke informatie als een grondstof.
Onze aandacht is waardevol. Onze tijd is waardevol. Onze voorkeuren zijn waardevol. Zelfs momenten waarop we aarzelen, terugkomen op een beslissing of langer naar een bepaald bericht, of beeld kijken, kunnen informatie opleveren die commerciële systemen gebruiken. Het maakt een digitale economie niet automatisch verkeerd, maar creëert zeker inhoudelijke vragen.
Persoonsgegevens kunnen nodig zijn om een dienst te leveren, fraude te voorkomen of een product beter op iemand af te stemmen. Het probleem ontstaat wanneer gegevensverwerking verder gaat dan mensen redelijkerwijs verwachten, onvoldoende transparant of belangen ondergeschikt maakt aan commerciële, zelfs bestuursrechtelijke doelen gaan dienen.
Advertenties die worden afgestemd op persoonlijke kenmerken, profielen die door verschillende partijen worden samengesteld of systemen die op basis van gegevens voorspellen waarop iemand waarschijnlijk zal reageren. Zo wordt niet alleen een product verkocht, ook de kennis over de mogelijke koper krijgt waarde.
En daar ontstaat een ongemakkelijke tegenstelling. We ervaren digitale diensten als iets wat we gebruiken, maar onze aanwezigheid zal tegelijkertijd onderdeel zijn van het verdienmodel.
Voorbeeld: van gegevens naar commerciële kansen Bedrijven die kunstmatige intelligentie inzetten om commerciële kansen te vinden. Bedrijf A biedt bijvoorbeeld AI-software die bedrijven opspoort, relevante contactpersonen selecteert en automatisch gepersonaliseerde berichten verstuurt. Het systeem probeert te herkennen wie interessant is, wie mogelijk behoefte heeft aan een dienst en bij wie de kans op een positieve reactie het grootst is.
Dat wordt verkocht als efficiëntie. Minder handwerk, meer bereik, meer kans op een overeenkomst. Maar kijk nu eens naar wat daaronder ligt. Informatie wordt verzameld, gecombineerd en gebruikt om keuzes te maken over mensen en organisaties. Wie krijgt aandacht? Wie wordt benaderd? Wie wordt gezien als een kans die benut kan worden?
Hier verschuift surrealiteit naar iets wezenlijks. Gegevens zijn niet langer alleen informatie over de werkelijkheid. Ze worden een middel om die werkelijkheid commercieel te benaderen en te beïnvloeden.
In de arbeidsmarkt wordt die vraag nog indringender. Daar gaat het niet uitsluitend om een potentiële klant, maar om mensen die werk zoeken, inkomen nodig hebben en afhankelijk kunnen zijn van de kansen die hun worden geboden. Zodra gegevens en algoritmen een grotere rol krijgen in het vinden, beoordelen en benaderen van kandidaten, moeten we blijven vragen wie de regie houdt en hoe beslissingen tot stand komen.
Het probleem is niet dat een bedrijf digitalisering of AI gebruikt, het ontstaat wanneer de economische waarde van gegevens belangrijker wordt dan de zeggenschap, de belangen en de menselijke waardigheid van degene over wie die gegevens gaan. De mens hoeft daarvoor niet letterlijk verkocht te worden. Het kan al gebeuren wanneer zijn profiel een product wordt, zijn gedrag een voorspelling en zijn persoonlijke kenmerken een middel om commerciële waarde te creëren.
Het is niet alleen wat digitalisering of AI met gegevens kan doen, maar vooral wie daarvan op enig moment van profiteert. Wie de gevolgen draagt en hoeveel zeggenschap de mens zelf uiteindelijk nog heeft op eigen gedrag. Horen, zien en spelen.
Big Brother, Big tech We denken dat we online iets bekijken. Ondertussen kan het online- systeem door uitwisseling van gegevens van alles over óns leven leren. Al na gelang parameters zijn ingesteld.
Hoeveel inzicht we zelf hebben in die uitwisseling? Weten we welke gegevens worden verzameld? Door wie, op welk moment? Begrijpen we wat eruit wordt afgeleid? Kunnen we werkelijk weigeren, of betekent weigeren dat een dienst moeilijker, zelfs niet toegankelijk wordt?
Wie zulke vragen serieus neemt, kijkt niet langer uitsluitend naar digitale- technologie. Hij kijkt naar de economische verhouding en belangen tussen degene die gegevens levert en degene die er waarde mee creëert. En dat is vele malen groter, bedreigender, dan menig een zich in kan denken.
Algemene verordening gegevensbescherming AVG Europa beschikt met de Algemene verordening gegevensbescherming, de AVG, over een omvangrijk wettelijk kader. Burgers hebben onder voorwaarden onder meer recht op inzage, correctie en verwijdering van persoonsgegevens. Organisaties moeten een geldige grondslag hebben voor verwerking en zich houden aan regels over onder andere transparantie, doelbinding en gegevensminimalisatie. Het is dus niet dat er helemaal geen bescherming bestaat. Maar tussen recht op papier en de uitoefening van recht zit een wereld van verschil.
De burger moet soms zelf ontdekken welke organisatie zijn gegevens verwerkt, vervolgens begrijpen welke rechten hij heeft en daarna een verzoek indienen. Als een organisatie niet reageert of weigert mee te werken, kan een verdere procedure nodig zijn. Daarvoor zijn tijd, kennis en doorzettingsvermogen nodig.
Het laat zien dat burgers geregeld problemen ervaren bij de bescherming van hun persoonsgegevens en dat toezicht en opvolging onder druk kunnen staan. Vraag je gegevens op krijg je na veel aandringen zwart gelakte pagina’s toegezonden. Je vraag het je toch af: Hoe dan…
Daarom verdient de uitdrukking papieren tijger aandacht. Niet omdat de wet geen betekenis heeft, maar omdat haar beschermende kracht uiteindelijk afhankelijk is van de praktische gerichtheid.
Als een recht moeilijk afdwingbaar is, voelt het voor de burger minder als bescherming. Een regel die structureel wordt genegeerd, verliest haar geloofwaardigheid. En een toezichthouder die niet tijdig kan handelen, kan niet iedere burger de bescherming bieden die deze verwacht.
Betrek een buitenlandse partij in rechten met betrekking tot privacywetgeving, ik wens je veel succes, incasserings- uithoudingsvermogen, financiële middelen. En boven al rechtsgeleerden met karakter, uithoudingsvermogen, en een ijzersterk netwerk.
Privacybescherming staat of valt niet met wat de wet belooft, maar met wat de burger ervan merkt. Het is niet alleen welke regels er bestaan. Het gaat om de vraag of die regels voldoende worden nageleefd, of overtredingen tijdig worden aangepakt en of de gevolgen voor de overtreder opwegen tegen de mogelijke economische voor- nadelen van overtreding.
Als vrijheid of bereikbaarheid afhankelijk wordt van toegang dan is digitalisering inmiddels veel meer dan een verzameling handige hulpmiddelen geworden. Ze speelt al een rol bij bankieren, werk, onderwijs, zorg, communicatie, contact met een overheidsinstantie, digitale berichtgeving middels E-mail, etcetc
Middels deze is de betekenis van vrijwilligheid zeker verandert. Wanneer iemand een app niet wil gebruiken, kan hij soms eenvoudig geen alternatief kiezen. Een dienst is vrijwel uitsluitend digitaal bereikbaar. Aanvragen van een voorziening, het regelen van bankzaken of het onderhouden van maatschappelijke contacten, er is steeds meer digitale vaardigheden en identificatie vereist.
Niet iedere digitale verplichting is onredelijk te noemen, en niet iedere gegevensverwerking is een aantasting van vrijheid. Wat wel moet worden onderzocht wat er gebeurt wanneer mensen steeds minder reële alternatieven overhouden. Vrijheid betekent immers niet alleen dat niemand je letterlijk tegenhoudt. Vrijheid betekent ook dat je mogelijkheden hebt, dat je keuzes kunt maken en dat je niet onnodig afhankelijk wordt van een systeem waarover je zelf weinig zeggenschap hebt.
Een digitale samenleving kan, -gaat, mensen uitsluiten die niet meer mee kunnen komen. Hierdoor geen toegang hebben tot de juiste middelen, moeite hebben met ingewikkelde procedures. Daarnaast kan het verlies van anonimiteit ervoor zorgen dat mensen zich anders gaan gedragen omdat ze het gevoel hebben voortdurend bekeken of beoordeeld te worden. Dat raakt aan meer dan privacy. Het raakt aan de ruimte om jezelf te zijn, om fouten te maken, om van gedachten te veranderen en om niet iedere persoonlijke handeling te hoeven verantwoorden. Studiemateriaal voor gedragsdeskundige te over.
Een samenleving die digitalisering vereist, moet niet alleen vragen hoeveel processen sneller of goedkoper kunnen. Ze moet zeker vragen welke menselijke mogelijkheden, menselijk maat behouden moet blijven. Kunnen wij als mens nog meedoen zonder voortdurend gegevens prijs te geven? Blijven er passende alternatieven voor mensen die niet digitaal vaardig zijn? En wordt bij nieuwe systemen vooraf onderzocht welke gevolgen ze hebben voor vrijheid, toegankelijkheid en menselijke waardigheid? Dat zijn geen vragen tegen vooruitgang. Het zijn vragen die bepalen of vooruitgang werkelijk iedereen dient.
Macht van voorspelbaarheid Elon Musk en SpaceX laten zien hoe technologie, infrastructuur en strategische macht steeds dichter bij elkaar komen te liggen. Met Starlink levert SpaceX wereldwijde satellietcommunicatie. Met Starshield levert het technologie voor overheden en nationale veiligheid, waaronder beveiligde communicatie en aardobservatie. Daarmee is SpaceX niet langer alleen een ruimtevaartbedrijf. Het is ook een leverancier geworden van infrastructuur waarop overheden en militaire organisaties voor essentiële taken kunnen vertrouwen.
Dat maakt de onderneming aantrekkelijk. Aantrekkelijk voor hen die verder kijken dan technologie alleen: wat gebeurt er wanneer steeds meer informatie over bewegingen, activiteiten en veranderingen beschikbaar komt en kan worden gecombineerd?
Wie patronen herkenbaar kan maken, kan verwachtingen formuleren. Wie verwachtingen formuleert, kan daarop anticiperen. En juist zulke inzichten worden gebruikt om mensen, organisaties of gebieden te beoordelen en beslissingen te nemen. Zie hier: het ontstaan van een nieuwe vorm van invloed. Deze ontwikkeling is niet hetzelfde als bewijs dat één bedrijf iedereen voortdurend volgt of naar één norm probeert te dwingen. Maar ze maakt wel goed zichtbaar hoe waarneming, gegevensverwerking en besluitvorming steeds nauwer met elkaar verweven raken.
De volgende stap is niet alleen een technische vraag, het is een maatschappelijke vraag. Wie bepaalt wat er wordt waargenomen? Wie beslist wat afwijkend of bedreigend is? Wie krijgt toegang tot welke informatie? En wie kan nog een besluit nog aanvechten wanneer de onderliggende gegevens, systemen of afwegingen niet inzichtelijk zijn? Juist omdat deze technologieën zo krachtig zijn, willen overheden en andere organisaties er toegang toe hebben. Hoe groter de afhankelijkheid, hoe belangrijker het wordt dat de macht over die infrastructuur niet buiten iedere democratische controle komt te staan. Voorspelbaarheid is aantrekkelijk voor organisaties die risico's willen beperken en processen willen beheersen. De mens is echter niet zomaar een patroon dat feilloos herkend kan worden. Mensen veranderen voortdurend, spreken, en kiezen soms een onverwachte richting. Hier is de mens de onzekere factor. Als een samenleving die iedere afwijking als risico beschouwt, zal deze uiteindelijk haar vermogen verliezen om zichzelf te vernieuwen.
Het is niet alleen wie de wereld kan observeren heeft sleutels in handen, maar bepaalt wat deze sleutels kunnen ontsluiten. Hoeveel vrijheid er over blijft voor alles wat niet in het verwachte patroon past. -Visiewijszer
Commerciële leverancier speler in machtsverhoudingen: dienst leveren, infrastructuur beheersen, afhankelijkheid, onderhandelingsmacht
Eerst ontstaat afhankelijkheid omdat de dienst goed, snel of voordelig is. Daarna wordt overstappen steeds moeilijker. Vervolgens krijgt de leverancier een positie waarin zijn beslissingen gevolgen hebben voor anderen, ook wanneer die anderen nooit hebben gekozen voor die machtsverhouding.
En wanneer de infrastructuur niet alleen communicatie mogelijk maakt, maar ook informatie verzamelt, bewegingen zichtbaar maakt en verwachtingen helpt formuleren, ontstaat een volgende laag. De partij die de infrastructuur beheert, kan dan niet alleen invloed hebben op wat mogelijk is, maar ook op welke informatie beschikbaar komt voor beslissingen.
Dat bewijst niet dat de leverancier iedereen bewust naar één norm probeert te dwingen. Het laat wel zien waarom controle, transparantie, alternatieven en democratische zeggenschap noodzakelijk zijn.
De historische les vanuit ons collectief geheugen: overheden gaan afhankelijkheid vaak pas serieus aanpakken wanneer een machtspositie van derde al stevig is gevestigd. Het collectief geheugen waarschuwt juist voor dat patroon: als een dominante leverancier eenmaal onmisbaar is geworden, kan herstel van publieke controle veel moeilijker en kostbaarder zijn dan ooit behaalde voordelen. -Visiewijszer
Wanneer de digitale wereld haar eigen kwetsbaarheid blootlegt Op 17 oktober 2026 werd bekend dat de G7 oefeningen wil houden om zich voor te bereiden op mogelijke cyberaanvallen waarbij kunstmatige intelligentie wordt ingezet. Banken en financiële autoriteiten moeten oefenen hoe zij reageren wanneer digitale aanvallen hun systemen bedreigen.
Een noodzakelijk initiatief, het vertelt ons iets over de wereld die we zelf hebben opgebouwd. We hebben geld, communicatie, administratie, persoonsgegevens, en een groeiend deel van ons dagelijks leven ondergebracht in digitale systemen. Die systemen verbinden ons en maken veel mogelijk. Tegelijkertijd maken ze ons afhankelijk van infrastructuur die voor de meeste mensen onzichtbaar is en waarvan de werking nauwelijks te overzien, of te begrijpen valt.
Kunstmatige intelligentie voegt daar een nieuwe dimensie aan toe. Deze technologie kan helpen om bedreigingen te herkennen, maar kan ook worden gebruikt cq misbruikt om aanvallen overtuigender en efficiënter te maken. Daarmee ontstaat een ongemakkelijke werkelijkheid: hoe meer we digitaliseren, hoe groter het belang wordt van systemen die we niet volledig begrijpen, maar waarvan we wel afhankelijk zijn.
Wie beheert de systemen? Wie bewaakt de gegevens? Wie draagt de verantwoordelijkheid wanneer het misgaat? En hoeveel invloed heeft de gewone burger op een infrastructuur die steeds bepalender wordt voor zijn dagelijks bestaan?
De G7 oefent om de digitale wereld overeind te houden. Dat is verstandig. Maar naast de vraag hoe we onze systemen beschermen, moeten we vragen blijven stellen voor wie die systemen uiteindelijk bestaan. Technologische vooruitgang is pas werkelijk vooruitgang wanneer niet alleen de systemen sterker worden, maar ook de positie van de mens die ervan afhankelijk is.
Het zijn niet alleen afzonderlijke bedrijven of toepassingen. Het is een technologisch principe dat in verschillende machtsdomeinen kan worden ingezet: gegevens verzamelen, verbanden leggen, gedrag voorspellen en vervolgens handelen, -sturen, op basis van die voorspellingen.
Dat principe kan worden gebruikt om klanten te vinden, werknemers te beoordelen, fraude op te sporen, te bestrijden. Banken te beveiligen of cyberaanvallen voor te bereiden. De vragen zijn hierin steeds dezelfde: wie beschikt over gegevens, wie bepaalt het doel, wie mag ingrijpen en wie controleert de uitkomst?
Oefenen met AI-gestuurde cyberaanvallen laat zien dat overheden rekening houden met de mogelijkheid dat zulke technieken tegen financiële- infrastructuur worden ingezet. Dezelfde technologische vooruitgang die commerciële processen efficiënter maakt, kan dus ook de aard en schaal van digitale dreigingen veranderen. Macht ontstaat uit de combinatie van gegevens, toegang, doelstelling en handelingsbevoegdheid.
Puzzelstukjes van ons bestaan Voor veel mensen is digitalisering nog steeds iets abstracts. Je bestelt iets online, gebruikt een app, betaalt met je telefoon, logt in bij de overheid of stapt in je auto. Het gemak is direct voelbaar. Wat er ondertussen met je gegevens gebeurt, blijft grotendeels buiten beeld. Daar zit precies het probleem.
Een los puzzelstukje vertelt misschien weinig. Je naam, je adres, je geboortedatum, een aankoop, een telefoonnummer, een locatie of een rekeningnummer. Maar leg die stukjes naast elkaar en er ontstaat een beeld. Voeg daar zoekgedrag, contacten, reisbewegingen, voorkeuren en tijdstippen aan toe, en het beeld wordt steeds scherper. Niet alleen wie je bent, maar ook waar je bent, wat je doet, met wie je contact hebt en welke gewoonten je erop nahoudt.
De werkelijke waarde zit niet altijd in het afzonderlijke gegeven, maar in de combinatie ervan. Cybercriminelen begrijpen dat. Zij hoeven niet altijd in één keer een complete identiteit te bemachtigen. Gegevens kunnen uit verschillende bronnen komen, worden gekoppeld en vervolgens worden gebruikt voor identiteitsfraude, gerichte oplichting, chantage of overtuigende phishing. Kunstmatige intelligentie kan zulke processen versnellen en helpen om grote hoeveelheden informatie te ordenen en berichten geloofwaardiger te maken. AI is niet uitsluitend een instrument van goed willende, ook voor criminelenactiviteiten verlaagt het bepaalde drempels.
De recente cyberaanval op Albert Heijn en Delhaize, Odido, de hack bij de Technische Universiteit Eindhoven en het datalek bij logistiek dienstverlener CEVA, waarbij ook gegevens van klanten van Ace & Tate zijn geraakt, laten verschillende kanten van hetzelfde probleem zien. Niet ieder incident betekent dat alle gegevens zijn gestolen. Maar ieder incident dwingt ons tot dezelfde vraag: hoeveel informatie hebben organisaties eigenlijk over ons, waarom bewaren zij die, wie kan erbij en wat gebeurt ermee wanneer de beveiliging tekortschiet?
Ook onze auto is niet langer alleen een vervoermiddel. Een moderne verbonden auto verzameld gegevens over: locatie, rijgedrag, gebruik en telefoongesprekken. Welke gegevens worden vastgelegd, hangt af van het voertuig en de gebruikte diensten. Daarom is het belangrijk te weten wat de fabrikant verzamelt en met wie die informatie wordt gedeeld. Dat is geen sciencefiction.
En dan is er de overheid. DigiD is niet aan een Amerikaans bedrijf verkocht, maar de voorgenomen overname van leverancier Solvinity door het Amerikaanse Kyndryl leidde terecht tot vragen over onze digitale zelfstandigheid. De overname werd verboden. Dat dit vraagstuk überhaupt speelde, maakt duidelijk hoe afhankelijk publieke dienstverlening kan zijn van commerciële infrastructuur. Zelfs buitenlandse inmenging.
Waarom zouden we de bescherming van onze digitale identiteit uitsluitend laten afhangen van de goede bedoelingen van bedrijven, de voorwaarden die we nauwelijks lezen en de beveiliging waarop we zelf vrijwel geen zicht hebben?
Onze gegevens zijn economisch, strategisch, waardevol. Onze aandacht is waardevol. Ons gedrag is waardevol. En steeds vaker wordt onze digitale aanwezigheid onderdeel van een verdienmodel waarover we maar beperkt overzicht hebben.
Wanneer de mens niet meer bepaalt wat er met zijn gegevens gebeurt, maar anderen daarover beslissen en eraan verdienen, komt niet alleen de privacy in gevaar. Dan staat ook de menselijke autonomie op het spel. -Visiewijszer
Wie bewaakt de mens wanneer zijn digitale leven een handelswaar wordt? Dit mogen we niet laten ondersneeuwen door het gemak van technologie. Niet omdat we terug moeten naar vroeger, maar omdat vooruitgang pas vooruitgang is wanneer de mens er werkelijk beter van wordt.
Visiewijszer Anders kijken.. Anders denken.. Richting bepalen…

