Als middelmatigheid de norm is… Recht op goed onderwijs… in de wet opnemen?

13 december 2025

Is er dan niemand die oplet? Of heb ik de afgelopen 63 jaren onder een steen geleefd? 

Als middelmatigheid de norm is… Recht op goed onderwijs… in de wet opnemen?


Alleen al de kop roept iets op wat je niet kunt wegpoetsen met goede bedoelingen. Als het recht op goed onderwijs expliciet in de wet moet worden opgenomen, wat zegt dat dan over onze rechtstaat, de staat van het onderwijs, de maatschappij, en misschien nog meer over onszelf?


Is er dan niemand die oplet? Of heb ik de afgelopen 63 jaren onder een steen geleefd?


Want eerlijk: waarom is dit nodig? Niet omdat onderwijs ineens belangrijk is geworden. Dat wás het al. Maar blijkbaar leven we in een tijd waarin iets fundamenteels zoals lezen, schrijven, rekenen, niet langer vanzelfsprekend op orde is, maar bij wet geregeld moet worden. En dat is geen klein probleem. Dat is existentiële schade. Een donkere wolk over ons bestaan.


Aanleiding voor deze reflectie is berichtgeving in het Noord-Hollands Dagblad (begin december 2025) over het wettelijk vastleggen van “goed onderwijs” en de aangescherpte kerndoelen


Er zijn zinnen die blijven hangen omdat ze meer verraden dan ze bedoelen. “Een zesje is ook een voldoende” werd ooit achteloos uitgesproken door Mark Rutte, toen minister-president, inmiddels secretaris-generaal van de NAVO, alsof het iets luchtigs, zelfs kluchtigs was. Die zin staat niet op zichzelf: zij weerspiegelt een bestuursmentaliteit waarin ‘net genoeg’ volstaat -en diezelfde mentaliteit blijkt ook internationaal geen belemmering voor doorstroom naar de hoogste machtsposities. Het is een mindset, een cultuurzin, die zich langzaam heeft vastgezet in een middelmatigheid van denken. Een zesje als nieuwe standaard is niet alleen een cijfer, het is een lat die steeds verder is gezakt, tot niemand meer weet waar hij ooit hing. En in die dalende lat ontstaat een gevaarlijk precedent -een vooraf genomen besluit waar men zich in het vervolg aan verbonden acht- het idee dat middelmatigheid wel goed genoeg is, totdat we wakker schrikken en wetten nodig blijken te zijn om af te dwingen wat vroeger vanzelfsprekend was. 


Wat wordt ons, in godsnaam, nog geleerd? En wat ís ons geleerd de afgelopen decennia? Want als een basisschoolleerling niet goed kan schrijven, lezen, rekenen, is dat niet alleen een onderwijsprobleem. Dat is een maatschappelijk probleem, een democratisch probleem en uiteindelijk een menselijk probleem. 


Wanneer het leervermogen van de mens onder druk komt te staan, sijpelt dat door in elke laag van ons bestaan. Wie niet goed kan lezen, begrijpt de wereld minder makkelijk -Raakt afhankelijker van samenvattingen, slogans en framing-, wie minder goed kan schrijven laat sneller anderen bepalen wat “waar” is, en wie minder goed kan rekenen wordt financieel afhankelijk van wat vertelt wordt. En daar komt de kern binnen -op die momenten wordt het fundament kwetsbaar en daarmee ook het mensbeeld manipuleerbaar.


In het wetsvoorstel wordt daarnaast gesproken over het vormen van “betrokken burgers”. Maar wat bedoelen we daar eigenlijk mee? Burgerschap gaat niet alleen over kennis van regels of het functioneren van instituties. Het gaat over kunnen luisteren en spreken, verschillen verdragen, verantwoordelijkheid nemen voor je invloed -ook online- en kritisch kunnen denken zonder je menselijkheid te verliezen. In de beste betekenis gaat burgerschap over verbinding, verantwoordelijkheid en volwassenheid. Over bewuster worden.


Dan dringt zich een ongemakkelijke vraag op: is dit primair een taak van school -het onderwijs-, of van ouders? Ouders zijn, naast de mens zelf, de eerste verantwoordelijken om dit te dragen. Zij kiezen ervoor een kind groot te brengen en leggen de eerste waarden neer: respect, grenzen, eerlijkheid, compassie en discipline. School -het onderwijs- kan ondersteunen, spiegelen en aanvullen. Maar wanneer school ook de rol van opvoeder moet overnemen, is dat geen vooruitgang. Het is een signaal dat er elders iets aan het weggevallen is: tijd, aandacht, gedragen normen, aanwezig zijn, verantwoordelijkheid durven nemen voor wat je zelf gesticht hebt. En hier wordt waakzaamheid noodzakelijk.


Want wanneer onderwijs -lees: de overheid- structureel taken van ouders als eerste verantwoordelijken gaat overnemen, begeven we ons op glad ijs. In een schemergebied waar zorg ongemerkt overgaat in sturing, en opvoeding in heropvoeding.


Geschiedenis laat zien dat dit geen theoretische zorg is. Telkens wanneer de staat bepaalt wat ‘goed gedrag’, ‘juiste waarden’ of ‘wenselijk denken’ is, verschuift langzaam de grens van begeleiding naar correctie. Niet abrupt, maar stap voor stap, goedbedoeld en gelegitimeerd door veiligheid of harmonie.


Wie denkt dat heropvoedingskampen iets van het verleden zijn, of uitsluitend bij ‘anderen’ horen, vergist zich. Moderne varianten bestaan -zichtbaar in het heden, bijvoorbeeld in China - maar ook subtieler, verpakt in beleid, protocollen en morele kaders. Juist daarom mag dit gesprek niet gevoerd worden vanuit middelmatigheid of gemakzucht, maar vanuit alertheid.


Mijn denken staat niet in een middelmatigheidsstand. Niet uit wantrouwen, maar uit verantwoordelijkheid. Omdat vrijheid zelden aangekondigd verdwijnt, maar vaak geruisloos naar de achtergrond. 


Goed onderwijs vormt geen volgzame burgers, maar vrije denkers, en juist daarom is elke vorm van onderwijssturing kwetsbaar voor macht. - Visiewijszer


Bewustzijn: “zweverig”, “lariekoek”… en toch is het de missing link

Het gesprek over burgerschap raakt daarmee onvermijdelijk aan bewustzijn. Een woord dat al snel wordt weggezet als zweverig, onzin, lariekoek, terwijl het in de kern niets anders betekent dan kunnen voelen wat iets met je doet. Herkennen wanneer je boos, angstig of beïnvloedbaar bent. Beseffen dat je reactie niet altijd de waarheid is. Verantwoordelijkheid nemen voor je woorden en daden, en het vermogen ontwikkelen om jezelf te corrigeren. Zonder dat innerlijke werk wordt burgerschap een vakje dat je afvinkt, een protocol om te volgen, iets wat je doet maar niet bént. Bewustzijn is innerlijk burgerschap.


Hier raakt het aan iets wat we liever vermijden. We spreken veel over haat en onverdraagzaamheid, maar opvallend weinig over liefde, vriendelijkheid, zelfreflectie en persoonlijke verantwoordelijkheid. Niet omdat mensen het niet kunnen, maar omdat het ongemakkelijk is geworden om elkaar aan te spreken. Wie iemand wijst op gedrag, loopt het risico direct te worden weggezet als zeikerd, als lastig, als negatief. De mond wordt gesnoerd voordat het gesprek kan beginnen.


-Ja, ik ben kritisch. In andermans ogen misschien een zeikerd, je mag het zo noemen. Maar zwijgen verandert niets. Verandering begint niet bij een wet of een systeem, maar bij jezelf. Zonder die innerlijke bereidheid blijft elke hervorming oppervlakkig.


Wat hierbij vaak wordt onderschat, is dat de werking van afkomst, familiesystemen, generaties overstijgt. Patronen in omgaan met gezag, falen, verantwoordelijkheid en aanspreekbaarheid ontstaan zelden in één leven. Ze worden doorgegeven, soms zorgvuldig, vaak onbewust. Wat ooit bescherming bood, kan later juist beperkend worden. Familiesysteempatronen blijven niet beperkt tot gezinnen. Ze sijpelen langzaam door in bestuursstructuren, scholingssystemen en uiteindelijk ook in wet- en regelgeving. Zo worden oude overlevingsmechanismen collectief georganiseerd en vermommen zij zich als beleid, wet en of regelgeving. Niet uit kwade wil, maar omdat onbewuste dynamieken zich graag herhalen zolang ze niet worden gezien.


Daarom is het ook eerlijk om te erkennen dat bewustwording, burgerschap en het vinden van werkelijke oplossingen geen processen zijn die zich in een paar jaar laten afdwingen. Wat generaties lang heeft kunnen groeien, vraagt ook generaties om tot besef en inzicht te komen. Dat betekent niet dat we niets moeten doen, maar wel dat we moeten waken voor de illusie van snelle reparatie. Die illusie ligt besloten in tijdlijnen, meetmomenten en controlemechanismen die voorbijgaan aan de diepte van het vraagstuk “Innerlijk burgerschap”.


Dat maakt het des te opmerkelijker dat de Inspectie van het Onderwijs pas in 2031 gaat controleren of scholen aan de nieuwe doelen voldoen, terwijl de invoering al in 2026 en 2027 moet beginnen. Het voelt als brand in huis en afspreken dat we over zes jaar komen meten of de rookmelders werken. Het risico is dat dit wederom een papieren tijger wordt. Een met mooie woorden en formele verankering, terwijl de praktijk blijft worstelen met financiële druk, administratieve lasten en personeelstekorten. Dan heb ik het nog niet eens gehad over goed opgeleid en gekwalificeerd onderwijspersoneel. En ondertussen groeit een generatie op die moet functioneren in een steeds complexere samenleving, met steeds minder stevig gereedschap.


De vraag die onder alles blijft liggen, is daarom eenvoudig en ongemakkelijk tegelijk. Was het recht op goed onderwijs dan nog niet vastgelegd? En als het nu expliciet moet worden vastgelegd, wat is er onderweg uitgehold? Misschien is dit wel de kern: we proberen met wetten te repareren wat in wezen een cultuur- en verantwoordelijkheidstekort is geworden. Niet alleen van scholen, maar van ons allemaal.


Goed onderwijs is geen beleidsdoel. Het is een gezamenlijke keuze. Voor diepgang boven gemak. Voor aanspreekbaarheid boven wegkijken. Voor bewustzijn boven middelmatigheid. En als we werkelijk betrokken burgers willen vormen begint dat niet bij een kerndoel of een inspectiemoment. Het begint bij een samenleving die weer durft te kijken -naar zichzelf, naar elkaar en naar de systemen die zij samen in stand houdt. Want wie de basis verwaarloost, verliest niet alleen vaardigheden. Die verliest richting en beweging.


Goed onderwijs alleen is meer dan kennisoverdracht of het behalen van doelen. Het is de toekomst richting geven. Het is generaties voorbereiden op een wereld die zij nog niet kennen, en hen zó toerusten dat zij daar menswaardig, verantwoordelijk en veerkrachtig in kunnen staan. In die zin ontzorgt goed onderwijs niet door alles uit handen te nemen, maar door mensen in staat te stellen zelf verantwoordelijkheid te dragen. Het geeft richting zonder te dicteren, houvast zonder te verstarren, en vertrouwen zonder naïviteit. En zeker geen zesjes cultuur toejuichen.


Misschien is dat wel wat deze tijd van ons vraagt: minder haast om te repareren, meer moed om te begrijpen. Minder vertrouwen in systemen alleen, meer vertrouwen in het menselijke vermogen tot inzicht, verantwoordelijkheid en groei.


Goed onderwijs begint niet bij een wet, maar bij het besef dat wat wij vandaag doorgeven, morgen wordt geleefd. In gezinnen, in scholen, in systemen, in wet en regelgeving, en uiteindelijk in de wereld die onze kinderen vorm zullen geven.


Wie werkelijk richting wil geven aan de toekomst, zal daarom niet alleen moeten vastleggen wat “goed” is, maar ruimte moeten laten voor bewustwording, rijping en menselijkheid.


Dat is geen snelle weg. Maar het is wel een toekomst dragende.

-Visiewijszer



door John 4 januari 2026
Dualiteit vraagt niet om strijd, maar gaat wél door strijd heen.
door John 20 december 2025
Hoe veilig blijft het om kerstmis -herinnering aan verlichting en verbroedering- te belijden, vorm te geven? De toe-eigening van meester Jezus -geboren Yeshua Wat vaak wordt vergeten -of misschien beter gezegd: actief is uitgewist - is dat Jezus niet het begin was van een nieuwe religie. Hij was een Jood onder Joden , gevormd door de Thora, de profeten en de eeuwenoude praktijk van herinneren door leven: zachor . Zijn woorden, gelijkenissen en -vermeende- morele radicaliteit waren geen breuk met het Jodendom, maar een verdieping ervan. Toch is Jezus in de loop der tijd in beslag genomen . Niet door zijn directe volgelingen, maar vanaf de vierde eeuw door een systeem dat orde, continuïteit en gezag nodig had. Het christendom, zoals het zich later ontwikkelde, heeft Jezus losgemaakt van zijn oorsprong en opnieuw vormgegeven. Niet meer als herinnering aan het leven, maar als eigendom. Zijn Jood-zijn werd daarbij geen nuance, maar een misschien wel hinderlijke waarheid. Dit is waar macht zichtbaar wordt. Niet door geweld alleen, maar ook door herinterpretatie. - Visiewijszer Wanneer waarheid te ontwrichtend wordt, wordt zij herschreven. Niet grof, maar subtiel. Stap voor stap. Het verhaal blijft bestaan, maar de bedding verdwijnt. Zo kon Jezus worden verheven tot universeel symbool, terwijl juist zijn concrete, Joodse worteling werd weggesneden. Dat maakte hem veiliger. En bruikbaarder. Wat hiermee verloren ging, is niet alleen historische correctheid, maar een moreel geheugen . Want het Joodse denken herinnert voortdurend: vrijheid is kwetsbaar, macht corrumpeert, en herinnering is een plicht. Precies dát maakt het gevaarlijk voor systemen die leven van volgzaamheid. Het is geen toeval dat op het moment dat Jezus werd ontdaan van zijn Jood-zijn, ook ruimte ontstond voor haat. Wanneer de bron wordt losgekoppeld van het verhaal, kan diezelfde bron later tot probleem worden verklaard. Zo ontstaat een paradoxale en pijnlijke werkelijkheid: een religie die haar bestaansrecht ontleent aan een Joodse leraar, maar diens volk marginaliseert, vervolgt en demoniseert, tot op vandaag. Misschien is dit wel de meest kwetsbare waarheid van allemaal: elke waarheid kan worden vervormd wanneer macht zich bedreigd voelt. Zelfs een waarheid die over liefde, gelijkwaardigheid en menselijkheid spreekt. Daarom is de vraag naar Kerst geen onschuldige: Wat vieren we, wanneer de oorsprong is uitgegumd? Wat herdenken we, wanneer herinnering is ingeruild voor ritueel? En hoe veilig is een samenleving die liever een ongevaarlijke mythe koestert dan een confronterende waarheid draagt? Het collectief geheugen weet dit. Het fluistert in patronen, in herhaling, in de pijn die telkens terugkeert wanneer herinnering wordt genegeerd. Antisemitisme is geen losstaand verschijnsel, maar een alarmsignaal van vergeten. Van het loslaten van herinneren door leven, het morele waarschuwingssysteem dat zegt: let op, hier gaat iets mis . Misschien vraagt deze tijd daarom niet om een correctie van het verhaal, maar om herstel van herinnering door leven. Niet om Jezus terug te nemen van het christendom, maar om hem terug te plaatsen in zijn oorsprong. Als Jood. Als herinnering van leven. Als weerspiegeling voor elke vorm van macht die waarheid wil bezitten. De bekende afbeeldingen van meester Jezus: blank, lang golvend haar, zachte gelaatstrekken, is historisch zelfs hoogst onwaarschijnlijk. Afkomst, klimaat, leefomstandigheden en genetische realiteit wijzen op een totaal ander uiterlijk. Deze beeldvorming is niet zomaar een detail. Zij toont hoe macht werkt: door het eigene herkenbaar te maken voor de dominante cultuur. Wat op ons lijkt, vertrouwen we sneller. Wat afwijkt, maakt ongemakkelijk. Zo wordt ver- beelding een instrument van volgzaamheid. Jezus is door het christendom in beslag genomen. Niet als mens, niet als Jood, maar als machtsstructuur. Zijn bedding werd losgelaten, zijn traditie geneutraliseerd. Het Joodse principe van zachor - herinneren door leven , verdween aldoende uit beeld. Terwijl juist het principe van herinneren macht ondermijnend werkzaam is. Want wie herinnert, vergelijkt. Wie vergelijkt, stelt vragen. En wie vragen stelt, is lastig te manipuleren. Elke waarheid kan worden vervormd wanneer macht in het gedrang komt. - Visiewijszer Zijn twaalf discipelen waren geen heiligen, maar mensen zoals jij en ik. Elk belichaamde een menselijke deugd én zwakte: moed, twijfel, trouw, verraad, inzicht, angst, gelijkheid, broederschap. Zij stonden voor: moed zonder geweld, waarheid zonder dwang, trouw zonder zekerheid, liefde zonder garantie. De discipelen herinnerden niet door te overheersen, maar door te doorleven wat kwetsbaar is, het leven zelf. Dat alleen al maakte hen gevaarlijk voor systemen die draaien op angst, controle, en volgzaamheid. Samen vormen zij dan ook geen hiërarchie, maar een spiegel van de menselijke ervaring. Geen macht, maar waarden. Hier spreekt het collectief geheugen tot ons: verhalen die niet bedoeld zijn om te gehoorzamen, maar om te herinneren wie wij zijn. De rituelen zijn commercieel geworden. De betekenis is vervaagd. Wat overblijft, is een veilig, volgzaam verhaal, ontdaan van zijn diepte en scherpte. In onze tijd waarin antisemitisme opnieuw zichtbaar wordt, krijgt dit alles urgentie. Wat zegt het over ons collectieve bewustzijn wanneer we het Jood zijn van meester Jezus negeren, terwijl Joden opnieuw doelwit zijn van haat en geweld? Geschiedenis verdwijnt niet wanneer zij wordt vergeten. Zij herhaalt zich, tot aan het moment dat wij het vermogen ontwikkelen voor verandering. Slotgedachte Misschien is meester Jezus geen figuur om te aanbidden, maar om te herinneren hoe macht zich ontwikkeld. Niet als bezit van een religie, maar als herinneraar aan het leven. Als iemand die ons confronteert met de vraag: Wat gebeurt er wanneer we waarheid inruilen voor macht? Wat gebeurt er wanneer herinnering plaatsmaakt voor volgzaamheid? Maar vooral het feit dat wat wij vergeten het leven te herinneren, terugkeert. En misschien is dat wel het verhaal van wederopstanding. Heeft een andere betekenis. Niet als wonder dat zich ooit voltrok, niet als bewijs van goddelijke macht, maar als een wetmatigheid van waarheid . Wat wordt onderdrukt, verdwijnt niet. Wat wordt toe-eigenend herschreven, verliest zijn kracht niet. Wat uit het bewustzijn wordt verdrongen, keert terug: soms zacht, soms gewelddadig, maar altijd onvermijdelijk. Wederopstanding is dan geen overwinning op de dood, maar op vergetelheid uit het collectief geheugen. Het is het moment waarop herinnering, ondanks alles, weer opstaat. Wanneer een waarheid die te ontwrichtend werd geacht, opnieuw zichtbaar wordt. Wanneer een verhaal dat veilig is gemaakt, zijn scherpe rand terugvindt. Ons collectief geheugen weet dit. Die kennis zit dieper dan woorden. Ze ligt opgeslagen in verhalen, symbolen, rituelen. Niet om herhaald te worden als traditie, maar om opnieuw te worden herkend . Kerst is zo’n herinneringspunt. Een uitnodiging om stil te staan bij wat menselijkheid vraagt wanneer macht lonkt en veiligheid boven waarheid wordt verkozen. Maar waar herinnering ongemakkelijk wordt, ontstaat vervanging. Ritueel neemt de plaats in van bewustzijn. Consumptie vervangt bezinning. De geboorte van een kind wordt een decorstuk, losgetrokken van zijn wezenlijke afkomst, ontdaan van zijn context, en veilig gemaakt voor algemeen gebruik. Zo blijft het feest bestaan, maar verdwijnt de inhoud. De discipelen stonden juist voor het tegenovergestelde: Petrus belichaamde moed die struikelt. Johannes belichaamde liefde die blijft. Thomas belichaamde twijfel die eerlijk is. Maria Magdalena belichaamde trouw voorbij afwijzing. Samen vormend een levend geheugen : een voortdurende herinnering aan wat er gebeurt wanneer mensen weigeren hun menselijkheid op te offeren aan angst. En precies daar raakt het aan onze tijd. Ook nu roept waarheid weerstand op. Ook nu wordt veiligheid verkocht als hoogste goed, terwijl ze vaak wordt gekocht met volgzaamheid. Wanneer wij blijven weigeren ons collectief geheugen te gebruiken, wordt het gevaarlijk. Niet omdat het ons bang maakt, maar omdat het ons confronteert met gevolgen in het heden, geworteld in het verleden, richting de toekomst. De vraag is daarom niet of we Kerst nog kunnen vieren. De vraag is of we het leven durven herinneren . Durven we te erkennen dat Jezus een Jood was, geworteld in een andere traditie? Durven we te zien dat haat tegen Joden oplaait wanneer een zonde bok gezocht wordt? Durven we toe te laten dat deugden als moed, waarheid en liefde geen garantie voor veiligheid bieden, maar wel betekenis heeft? Maar bovenal: Jezus een mens was zoals jij en ik? Misschien is Kerst geen geruststelling. Misschien is het een waarschuwing. Een zacht, maar volhardend signaal uit ons collectief geheugen dat fluistert: wanneer herinnering verdwijnt, keert geweld terug. En misschien vraagt deze tijd niet om luidere, uitbundigere vieringen, maar om een diepere herinnering van het leven. Niet om volgzaamheid, maar om moed. Niet om zekerheid, maar om menselijkheid. Vanuit liefde gekregen, vanuit liefde geschreven John.
Meer posts